Eind september 2007 hebben Willie en ik een safari gemaakt door Kenia en Tanzania. Het was een ongelooflijk indrukwekkende reis door het zuiden van Kenia en het noorden van Tanzania. In het Masai Mara park in Kenia hebben we de grote migratie gezien van honderdduizenden gnoe's en zebra's. Ze staken de Mara rivier over, maar velen overleefden dit niet, gezien de vele kadavers die erin lagen.
We hadden nooit verwacht zoveel wilde dieren te kunnen zien, die ongestoord hun natuurlijke gedrag vertoonden. Omdat alle toeristen al meer dan 30 jaar in hun jeep moeten blijven zitten, de jeeps op de weg moeten blijven en er bijna niet wordt gestroopt, zien de dieren de toeristen niet als een bedreiging maar iets wat er gewoon bij hoort. Kenia en Tanzania zorgen ondanks hun enorme armoede, heel goed voor de nationale parken.
We hebben heel veel interessante dieren gezien, natuurlijk de Big Five maar ook zeldzame soorten zoals Hunting Dogs in Tarangire National Park. Er zijn nog maar 10 exemplaren in Tarangire, beschermd door het WNF, wij hebben een roedel van vier stuks gezien. Ook hebben we luipaarden en leeuwen in de boom zien liggen, olifanten een bad zien nemen met 50 stuks tegelijk, een cheetah met jong (zie foto) een gazelle zien oppeuzelen, en de grootste arend ter wereld (de harpij) zien jagen.
's Avonds verbleven we in heerlijke lodges met zwembad en vijfgangen diners. Een enorm en moeilijk contrast met de armoede die je overdag zag. Onze veel te grote lunchboxes gingen dan ook meestal voor de helft naar de lokale kinderen toe als we in een dorpje gingen lunchen. Het is verschrikkelijk om te zien dat Kenia nu in diepe crisis verkeert, we hopen dat er snel een oplossing komt zodat het land zich verder kan ontwikkelen.