|
| |
|
Geschiedenis van
negen generaties Bosgra(af)
|
Stamreeks
Gehele stamboom
Naamsbeschrijving
Geschiedenis van negen generaties
Bosgra(af)
Formulier aanvulling stamboom
Contactformulier |
De
boomkwekerij door de eeuwen heen
Familiewapen
Het Hooghuis
Geschiedenis van Bergum
Foto's
Literatuurlijst |
|
|
|
|
Geschiedenis van negen generaties Bosgra(af)
|
|
|
|
|
Freerck Bosgraaf
Werd
in februari 1696 belijdend lidmaat van de Ned. Herv. kerk in Bergum; van
beroep: boschgraaf, (boskgreve) in dienst op landgoed het Hooghuis;
Overleden te Bergum tussen 1755 en 1756. Tr.(1) 18 november 1693 te
Leeuwarden Maria Elisabeth Eeckmans, dochter van Jacob David
Eeckmans en Lijsbeth Hanses. Maria haar vader was soldaat in een Zwitserse
Kompagnie. .
Uit dit huwelijk:
- Jan Freerkszn
Bosgraaf
- Jan
Freerkszn Bosgraaf
- Adriaan Freerkszn
Bosgraaf
- Lubbartus Freerkszn
Bosgraaf
- Jacob Freerkszn
Bosgraaf
- Geertruit Freerksdr
Bosgraaf
- Anna Elisabeth Freerksdr Bosgraaf
Tr.(2)
(kerk) 29 augustus 1722 te Bergum Gertje Harmensdr. eerder gehuwd
met Baucke Sytses den 04-04-1705 te Oudega. winkeliersche, overleden 1729
te Bergum Tr.(3) (kerk) 2 februari 1743 te Bergum Mettje Hendriksdr.
Weduwe van Jurrien Lammerts. Mettje vertrekt in 1771 naar Leeuwarden.
Het geslacht Bosgra is
afkomstig uit Bergum, de hoofdplaats van de gemeente Tietjerksteradeel in
Friesland. Waar de stamvader mr. Freerck Bosgraaf oorspronkelijk vandaan
kwam, is niet met zekerheid vast te stellen. Er is door historici en genealogen een aantal mogelijke
plaatsen van herkomst genoemd, zoals Amsterdam, Noord-Duitsland en
Denemarken. Helaas zijn er nog geen documenten gevonden die hierover
helderheid kunnen verschaffen.
Wèl
is duidelijk dat hij zich op zeker moment, vóór 1696, in Bergum heeft
gevestigd, hij woonde hier aan het einde van de 17e eeuw in de
Buurt in het West. Bronnen wijzen uit dat hij woonde in de schoolstraat
tegenover cultureel centrum "De Pleats" op de plaats waar nu een
kapper is gevestigd. Als bosgraaf was hij werkzaam op het landgoed het
Hooghuis. Hij behoorde hiermee tot het hoger personeel op een adellijk
landgoed, samen met bijvoorbeeld een watergraaf en een pluimgraaf. Als
bosgraaf gaf hij leiding aan het beheer van de bossen en boomkwekerijen op
het landgoed. Hij mocht zich in dit beroep meester noemen, hij tekende
daarom ook dikwijls met mr. Freerck Bosgraaf. Vanaf 1686 woonde Hendrik
Casimir II van Nassau, erfstadhouder van Friesland, op het Hooghuis (Theissen,
1907).
Freerck Bosgraaf deed ook voor zichzelf zaken en bezat een eigen
boomkwekerij. Dit wordt bevestigd door een schriftelijke bron waarin staat
dat hij in 1714 de “frugtboomen in ’t schoolmeestershof “
leverde (“De
schoolmeesters in Tietjerksteradeel in de loop der tijden. ”).
Hij is hiermee de stichter van de eeuwenoude boomkwekerij van de familie
Bosgra.
De boomkwekerij
is van groot economisch belang geweest voor de gemeente Tietjerksteradeel.
Als erkenning hiervoor is een straat in Bergum vernoemd naar deze kweker,
de Freerk Bosgraafstraat. Volgens de quotisatiekohieren uit 1749 is
Freerck op dat moment oud en arm, hij woont dan samen met zijn vrouw en
een kind in huis.
Maria
Eeckmans was dienstmeid bij de adellijke familie Aylva te Burgwerd. Haar
ouders waren Jacob Davids Eeckmans, soldaat in een Zwitserse Kompagny. Hij
trouwde op 6 juli 1656 te Leeuwarden met Lijsbeth Hanses van Rinsumageest.
De vader van Jacob Davids is David Eeckmans, getrouwd op 24 oktober 1627
te Leeuwarden met Tet Jacobs van Rinsumageest. Hij was soldaat onder graaf
Willem van Nassau.
|
Trouwakte van Freerck en Maria
|
|
|
|
|
Jan Freerkszn
Bosgraaf
Gedoopt 16 februari 1696 te Bergum,
hovenier, kleine boer, overleden ca. 1732. Tr. Grijtje Tietesdr. Belijdend
lidmaat Bergum 25 mei 1725. Hertrouwt op 7 juni 1741 te Hardegarijp met Jan
Sjoerdszn. Overleden ca. 1743 te Bergum.
Uit dit huwelijk:
- Freerk Janszn
Bosgraaf
- Tiete
Janszn Bosgraaf
- Freerk Janszn
Bosgraaf
- Jannetje Jansdr
Bosgraaf
- Albartus Janszn
Bosgraaf
- Marike Jansdr
Bosgraaf
- Geertruida Jansdr
Bosgraaf
|
|
|
|
|
|
Tiete Janszn
Bosgraaf
Geboren 17 augustus 1724 te Bergum.
Belijdend lidmaat op 1 mei 1772. Gedoopt 27 augustus 1724 te Bergum,
guardenier, overleden 24 mei 1784 te Bergum op 59-jarige leeftijd,
begraven te Bergum. Tr.(1) (kerk) 25 november 1750 te Witmarsum Geertje
Berendsdr, geboren te Bergum. Geertje is op een ongelukkige wijze om het
leven gekomen. Overleden 1 maart 1768 te Bergum.
Uit dit huwelijk:
- Jan Tietes Bosgra(af)
- Grytje Tietes
Bosgraaf
- Mettje Tietes
Bosgraaf
- Berend Tietes
Boschgraaf
- Trijntje Tietes
Bosgraaf
- Freerk Tietes
Bosgraaf
Tr.(2) (kerk) 16 oktober 1768 te Bergum Lysbeth Ockesdr,
geboren 14 juni 1737 te Scheemda, dochter van Ocko Geerts en Trijntje
Hendriks, gedoopt 14 juni 1737 te Scheemda, arbeidster, overleden 19 mei
1823 te Bergum op 85-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
- Okke
Tietes Bosgra(af)
- Hendrik Tietes
Bosgra(af)
- Albartus Tietes
Bosgraaf
- Geert Tietes
Bosgraaf
|
|
|
|
|
|
Okke Tietes
Bosgra(af)
Geboren 22 augustus 1769 te Bergum.
Okke Tietes Bosgra(af) neemt voor zichzelf en zijn kinderen in 1812 de
naam 'Bosgra' aan. Belijdend lidmaat op 19-03-1809 met zijn 1e vrouw
Belijdend lidmaat 24-10-1814 met zijn 2e vrouw. Gedoopt 24 september 1769
te Bergum, boomkweker, overleden 14 juli 1842 te Bergum op 72-jarige
leeftijd. Tr.(1) (kerk) 27 april 1794 te Bergum Trijntje Klases,
geboren 22 oktober 1774 te Garijp, dochter van Klaas Pieters en Antje
Taekes, gedoopt 19 maart 1809 te Bergum, overleden 25 december 1812 te
Bergum op 38-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
- Tiete
Okkes Bosgra
- Antje Okkes Bosgra
- Elisabeth Okkes
Bosgra
- Klaaske Okkes Bosgra
- Mettje Okkes Bosgra
- Grietje Okkes Bosgra
- Jan Okkes Bosgra
- Trijntje Okkes Bosgra
Tr.(2) 14 mei 1814 te Bergum Tjitske Annes de Wilde,
geboren 6 december 1781 te Oenkerk, dochter van Anne Rinses de Wilde en
Ybeltje Alberts, gedoopt 17 november 1805 te Oenkerk, boomkweekster,
overleden 6 september 1853 te Bergum op 71-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
- Iebeltje Okkes Bosgra
- Trijntje Okkes Bosgra
- Anne Okkes Bosgra
- Hendrik Okkes Bosgra
Van Okke Tiete Bosgra(af) is geschreven dat hij niet een
‘man fan gelove, leare of tsjerke’ was maar dat hij, als er iemand in
moeilijkheden zat, altijd voor hulp klaar stond en dat zijn doen en laten
in het leven aan zijn vrouw en kinderen wel ten voorbeeld moet zijn
geweest. (Jaarsma, 1987) Okke was, na een 18-jarig huwelijk, in 1812
weduwnaar geworden. Uit dit huwelijk was hij met zes tussen 1794 en 1807
geboren kinderen achtergebleven; bovendien had hij uiteraard de handen vol
aan zijn ook dan al florerend bedrijf. Er moet dus huishoudelijke hulp
komen. Deze vindt hij in de persoon van Tsjitske Annes de Wilde, een
herbergiersdochter uit Oenkerk en van beroep huishoudster en naaister.
Twee jaar later leidt dit tot een huwelijk. De kinderen uit het eerste
huwelijk die hierdoor blijkbaar nogal ontstemd waren, vroegen hun erfdeel
op en uit deze kinderen is de andere tak van het geslacht Bosgra ontstaan
die de kwekerij Frisia op de Nieuwstad en later op de Noordersingel in Bergum in bezit hadden,
Tiete Okkes Bosgra gaf leiding aan deze kwekerij. Het derde kind van Okke
Tietesz. Bosgra en Tjitske de Wilde, Anne Okkes Bosgra zette het bedrijf
aan de Nieuwstad voort. Dit werd later de Iephof.
Okke had met Tsjitske ‘lok by him in é hus
helle’ zoals Dam Jaarsma (1987) het heeft gezegd. Ja, geluk in huis
gehaald, maar ook geluk voor het bedrijf! Tot Okkes dood toe ‘was zij
voor hem de zon op zijn levenspad. Zij had een goed verstand en toonde
helder inzicht in de zaken op het gebied van de kwekerij. Zij had een
fleurige aard en bleef niet lang nazeuren over moeilijkheden; haar geestig
en onderhoudend woord verleende een glans aan de dingen in en om het huis.
Daarbij had ze een paar goede handen aan het lijf en bestuurde het
huishouden op voortreffelijke wijze’. Aldus de genoemde biograaf, wiens
mededelingen in vertaling zijn weergegeven. De kinderen uit dit tweede
huwelijk behoren tot de besten op school, kunnen allemaal ‘seldsum moai
sjonge’. Ze leren allen vioolspelen en daarin is het Tryntsje, die
bepaald uitblinkt. Van haar wordt verteld dat als zij een viool-uitvoering
gaf in de zaal van het Readhert, de mensen uit de verre omgeving samen
kwamen en de laatkomers nog op de trappen een staanplaats zochten om te
luisteren. De dagen van opgang van het gezin Bosgra raken voorbij. In het
midden van de dertiger jaren gaat Okkes gezondheid achteruit. En na zijn
overlijden in 1842 treft een tweede slag het gezin, het overlijden van
Tryntsje in 1843 aan de tering. Maar Tjitske gaat niet bij de pakken
neerzitten. Het gaat om de broodwinning voor de zoons die nog niet in
staat zijn tot zelfstandige voortzetting van het bedrijf. Zij neemt de
leiding, en hoe. In alle vroegte ’s morgens trekt zij de laarzen aan en
gaat in het veld om de vele tientallen arbeiders de nodige opdrachten en
aanwijzingen te geven. Ze krijgt in de omgeving de erenaam it
beamkweekerske (Schuttevâer, 1991).
|
|
|
Tiete Okkes Bosgra
Geboren 28 december 1794 te Bergum.
zijn vader neemt in 1811 de achternaam van 'Bosgra" aan. Gedoopt 22
februari 1795 te Bergum, boomkweker, overleden 26 januari 1875 te Bergum
op 80-jarige leeftijd, begraven te Bergum. Tr.(1) 29 mei 1819 te
Tietjerksteradeel Tjitske Wijbes Lautenbach, geboren 16 augustus 1800 te
Bergum, dochter van Wijbe Lammerts Lautenbach en Sara Douwes Lautenbach,
gedoopt 14 september 1800 te Bergum, overleden 29 september 1831 te Bergum
op 31-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
- Sara Tietes Bosgra
- Trijntje Tietes
Bosgra
- Hijlkje Tietes Bosgra
- Antje Tietes Bosgra
- Wijbe Tietes Bosgra
- Antje Tietes Bosgra
Tr.(2) 17 augustus 1833 te Tietjerksteradeel Grietje
Hermans Graanstra, geboren 11 maart 1806 te Rottevalle, dochter van
Hermanus Tjipkes Graanstra en Durkjen Sikkes, gedoopt 30 maart 1806 te
Rottevalle, overleden 5 november 1844 te Bergum op 38-jarige leeftijd.
Uit
dit huwelijk:
- Dirkje Tietes Bosgra
- Okke
Tietes Bosgra
- Trijntje Tietes
Bosgra
- Minke Tietes Bosgra
Ds. Ferf is meer dan 40 jaar predikant geweest in Bergum.
Tiete Okkes Bosgra was het niet met zijn opvattingen eens zoals uit de
volgende passage uit het boek Burgum, Wâld en Wetterdoarp (Van der Vliet, 1993)
blijkt:
“By de lju dy’t it net mei ds. Ferf iens wienen hearde
ek Tiete Bosgra (pl. 1838), beamkweker op e Nijstêd. Dy reizge sneins
hein en fier nei dûmny’s “de waarheid toegedaan”
Lekeprediker Japik kreeg onderdak bij
Bosgra en mocht de preken daar maken.
Japik predikte:”De mensch is verachtelijk als een gebroken waterpot en
wat is verachterlijker dan een gebroken waterpot”
|
|
|
|
|
|
Okke Tietes Bosgra
Geboren 28 oktober 1835 te Bergum, boomkweker, lid Tweede
Kamer, overleden 20 augustus 1888 te Bergum op 52-jarige leeftijd. Tr. 16
mei 1857 te Tietjerksteradeel met Folkje Johannes Riemersma,
geboren 19 mei 1835 te Bergum, dochter van Johannes Folkerts Riemersma en
Maaike Jans Hoogstins, overleden 30 oktober 1912 te Bergum op 77-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
- Grietje Okkes Bosgra
- Maaike Okkes Bosgra
- Hielkje Okkes Bosgra
- Dirkje Okkes Bosgra
- Tiete Okkes Bosgra
- Trijntje Okkes Bosgra
- Johannes Okkes Bosgra
- Minke Okkes Bosgra
Dankzij zijn
populariteit in eigen streek kwam hij in 1888 in de Tweede Kamer. Hij kon
daar vanwege maagkanker echter geen enkele rol spelen en overleed al na
enkele maanden Kamerlidmaatschap. Hij had in die periode slechts één
vergadering kunnen bijwonen. Zijn boomkwekerij Frisia aan de Noordersingel
mocht sinds 1874 het koninklijk wapen dragen. Naast meer dan 20 jaar
gemeenteraadslid te zijn geweest, was hij in 1863 ook oprichter van een
cichoreifabriek, dit als werkverschaffing in de winter voor het personeel
van de boomkwekerij. In die tijd was het wapen dat nu de gemeente
Tietjerksteradeel gebruikt, als familiewapen in gebruik. Dit wapen heeft
de bomen van de Bosgra's in het derde kwartier.
levensbeschouwing
|
-
|
|
Nederlands
Hervormd
|
|
-
|
|
Gereformeerd
(belijdenis 13-10-1886)
|
stroming(en)
liberaal (aanvankelijk)
partij(en)
A.R.P. (Anti-Revolutionaire Partij)
loopbaan
|
-
|
|
medewerker
in boomkwekerij van vader
|
|
-
|
|
boomkweker
tuinbouwbedrijf Frisia (ca. 30 ha.)
|
|
-
|
|
lid
gemeenteraad van Tietjerksteradeel, van 28 mei 1870 tot 20 augustus
1888
|
|
-
|
|
oprichter
van een chichorei fabriek te Bergum (als werkverschaffing voor het
personeel van de kwekerij gedurende de winter)
|
|
-
|
|
lid
Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Bergum, van 1
mei 1888 tot 20 augustus 1888
|
nevenfuncties
|
-
|
|
lid
bestuur vereniging van Christelijk Nationaal Onderwijs, vanaf 23 mei
1865
|
|
-
|
|
ambtenaar
burgerlijke stand, van 18 februari 1871 tot 20 augustus 1888
|
school
en plaats lager onderwijs
Openbare lagere school te Bergum
algemeen
|
-
|
|
Was
liberaal kandidaat voor de gemeenteraad in 1870 en 1875, maar A.R.
kandidaat in 1888
|
|
-
|
|
Hij
heeft slechts de opening van de Staten-Generaal kunnen bijwonen
|
publicaties
over hem
L. de Milliano, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden
(1976)
Bron: Parlement & Politiek,
http://www.parlement.com/9291000/biof/00182
|
Okke Tietes
Bosgra
|
|
|
|
|
Johannes
Okkes Bosgra
Geboren 16 oktober 1873 te
Bergum, boomkweker, zaadhandel, overleden 4 juni 1935 te Bergum op
61-jarige leeftijd. Tr. 27 juni 1907 te Tietjerksteradeel Pietertje
Pieters Hoekstra, geboren 13 juni 1877 te Suameer, dochter van Pieter
Jelkes Hoekstra en Dirkje Sjoerds Algra, overleden 23 april 1952 te
Leeuwarden op 74-jarige leeftijd. Weduwe
van Klaas Siderius met 2 kinderen; Minke en Dirkje (Dukke).
Uit dit huwelijk:
- Okke Johannes Bosgra
- Pieter Johannes
Bosgra
- Sjoerd
Johannes Bosgra
- Tiete Johannes Bosgra
- Levenloos Bosgra
Naast een boomkwekerij, bezat Johannes Okkes ook
een cichoreifabriek en een zaadhandel aan de Nieuwstad. Hij heeft de
zaadhandel inclusief het bijbehorende huis (zie foto blz. 15) in de kroeg
verhuurd aan een werknemer. Dit is zonder medeweten van zijn vrouw
Pietertje gebeurt, zij kon maar accepteren dat het hele gezin zo snel
mogelijk uit het huis annex zaadhandel moest vertrekken. Het gezin heeft
toen enige tijd ingewoond bij de familie Siderius alvorens naar de
Nieuwstad te verhuizen.
|

Johannes Okkes en
Pietertje
|
|
|
|
|
Sjoerd Johannes Bosgra
Geboren 16 februari 1911 te Bergum, veehouder, overleden 17
augustus 1990 te Bergum op 79-jarige leeftijd, begraven 21 augustus 1990
te Bergum. Tr. 14 november 1935 te Tietjerksteradeel met Tjitske
Geertsma, geboren 8 januari 1913 te Eestrum, dochter van Willem
Geertsma en Gepke Buruma.
Uit dit
huwelijk (1
kind bij geboorte overleden):
1. Gepke
Bosgra
2. Pietertje
Bosgra
3.
Johannes Bosgra
4. Willem Bosgra
5.
Okke Bosgra
|
Sjoerd Johannes en
Tjitske
|
|
|
|
|
© 2005 Johannes Bosgra |
|